post

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie.

Op 16 februari 2017 heeft het Hof van Justitie een arrest gepubliceerd in de reeks van arresten aangaande artikel 8 van de Richtlijn 2006/115/EG. Deze Richtlijn1 is door de Europese wetgever opgesteld en is bedoeld om doeltreffende bescherming te bieden voor auteursrechtelijk beschermde werken en van door naburige rechten beschermde zaken.23

Artikel 8 lid 3 Richtlijn
Voordat het arrest van het Hof van Justitie nader worden bekeken, is het relevant om artikel 8 lid 3 van de Richtlijn 2006/115/EG te bestuderen. Deze bepaling geeft omroeporganisaties (bijvoorbeeld NPO) het recht om een uitzending te verbieden als aan twee voorwaarden is voldaan:

  • Voorwaarde 1
    Er is sprake van een “mededeling aan het publiek”.
  • Voorwaarde 2
    De mededeling (het uitzenden) vindt plaats op een plek die het publiek betreedt na het betalen van een toegangsprijs.

Het arrest

HvJ EU 16 februari 2016, C‑641/15, ECLI:EU:C:2017:131.

De casus
Een hotel heeft de hotelkamers met televisies uitgerust. Op deze televisies zijn radio- en TV-uitzendingen te ontvangen. Een organisatie die belangen van rechthebbenden behartigt stelt zich op het standpunt dat aan de twee voorwaarden van artikel 8 lid 3 is voldaan, omdat het aanbieden van televisie in een hotelkamer van invloed is op de kamerprijs. De belangenorganisatie eist dat het hotel wordt veroordeeld tot het verschaffen van informatie4 en het betalen van een schadevergoeding.

Het arrest – dat maar zes kantjes lang is en zeker de moeite waard om eens door te nemen – bevat een mooi overzicht van de reeks arresten die betrekking hebben op artikel 8 Richtlijn 2006/115/EG.

Voorwaarde 1
Voorwaarde 1 – mededeling aan het publiek – is in een soortgelijke casus al door het Hof van Justitie toegelicht. In het arrest Ireland heeft het Hof van Justitie bepaald dat een hotelexploitant die de hotelkamers met televisies en televisiesignalen uitrust, een “gebruiker” is die het uitgezonden materiaal “meedeelt aan het publiek”.5 Deze kwalificaties hebben tot gevolg dat de hotelexploitant de rechthebbenden een billijke vergoeding dient te betalen.

Voorwaarde 2
Dit arrest concentreert zich tot een belangrijke (nieuwe) vraag omtrent de toepassing van artikel 8 lid 3 van de Richtlijn. Is er sprake van betreden “tegen een toegangsprijs” als:

  • een hotelexploitant de hotelkamers met televisies uitrust waar uitzendingen op kunnen worden ontvangen, en
  • bij de prijs voor de hotelovernachting ook het gebruik van de televisie met uitzendingen is inbegrepen?

De meerwaarde van voorwaarde 2 ligt besloten in het recht dat de omroeporganisaties – bij het voldoen aan de voorwaarde – toekomt: de omroeporganisaties kunnen het uitzenden verbieden of toestaan, waarbij het toestaan aan aanvullende voorwaarden kan worden onderworpen.

In rechtsoverweging 24 en 25 van het arrest wordt op een gestructureerde wijze weergegeven wanneer aan voorwaarde 2 is voldaan. Deze rechtsoverwegingen bevatten het volgende overzicht.

  1. De hotelkamerprijs:
    – Is primair een vergoeding voor het overnachten, en
    – Bevat geen specifieke (aanvullende) prijs voor de beschikbaar gestelde televisie.
  2. Het beschikbaar stellen van televisie in de hotelkamer:
    – Is afhankelijk van het soort hotel,
    – Is een aanvullende dienst, en
    – Is van invloed op de standing van het hotel en de prijs van de kamer.
  3. Het Hof van Justitie concludeert – na dat de bovenstaande redenering uiteen is gezet – als volgt:

Deze aanvullende dienst wordt niet geleverd op een plaats die het publiek betreedt na het betalen van een toegangsprijs, zoals bedoeld in artikel 8 lid 3 Richtlijn 2006/115/EG.

Discussie

Op basis van de redenering – rechtsoverweging 24 en 25 – van het Hof van Justitie, kan mijns inziens ook worden geconcludeerd dat het een hotelkamer een plaats is waar wél toegangsgeld wordt gevraagd voor het beschikbaar stellen van televisie.

Ter illustratie
Als de kamers van een hotel met TV en de kamers zonder TV 10,00 euro verschillen, kan worden aangenomen dat het hotel 10,00 entreegeld vraagt voor de toegang tot een kamer met televisie.

Toch kan worden geoordeeld dat deze uitspraak een redelijk gevolg is van de doelstellingen die aan artikel 8 Richtlijn ten grondslag liggen: het bieden van bescherming voor auteursrechtelijk beschermde werken en van door naburige rechten beschermde zaken. De hotelkamerprijs is primair – al dan niet voor het grootste deel – een vergoeding voor het overnachten en de aanvullende dienst zit bij die prijs inbegrepen, maar is niet nader gedefinieerd.

Ter illustratie
Afhankelijk van het soort hotel is een kamer uitgerust met een waterkoker en oploskoffie en/of een espressoapparaat. Het is eenvoudig aan te nemen dat de hotelexploitant géén entreegeld vraagt voor het drinken van koffie in de kamer, maar dat de koffie als aanvullende dienst is bijgevoegd voor de totale beleving van de klant tijdens de hotelovernachting.

De bescherming die artikel 8 lid 3 Richtlijn biedt, blijft naar mijn mening nog altijd effectief. Als een hotelondernemer een bioscoopzaal inricht, toegangskaartjes verkoopt en uitzendingen toont waar omroeporganisaties geld in investeren, dan zou waarschijnlijk wél aan beide voorwaarden van artikel 8 lid 3 Richtlijn 2006/115/EG zijn voldaan. Voor dergelijke situaties blijven de omroeporganisaties de bescherming genieten die uit deze Richtlijn voortvloeit.

Laatst gewijzigd: 22 februari 2017
Dit artikel is geschreven door Derya.


1. Wat is een Richtlijn?
Een Richtlijn bevat aanwijzingen voor de lidstaten van de Europese Unie. De lidstaten hoeven niet de tekst van een Richtlijn één-op-één over te nemen, maar moeten er wel voor zorgen dat de doelen van de Richtlijn middels de nationale wetgeving worden behaald. Zie ook artikel 288 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.
2. Overweging 3 Richtlijn 2006/115/EG
3. Auteursrechten en naburige rechten
Het verschil tussen auteursrechten en naburige rechten laat zich het beste verduidelijken door een voorbeeld: Beethoven componeert (bedenkt) een muziekstuk en Mozart brengt dit muziekstuk tijdens een optreden ter gehore van zijn publiek. Beethoven is dan de auteursrechthebbende van het muziekstuk en de naburige rechten komen Mozart toe: Mozart is dan de “uitvoerende kunstenaar”.
4. Welke programma’s kunnen worden ontvangen en welke hotelkamers zijn betrokken.
5. HvJ EU 15 maart 2012, C‑162/10 http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=120461&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=199498